Selecties - Selectiecriteria |
Gewestelijke selectiecriteria 2010-2011
Inleiding
Langebaan / Sprint
Bij de selectie van schaatsers dient rekening te worden gehouden met een behoorlijk aantal factoren. Vanzelfsprekend worden de keuzes zorgvuldig overwogen maar uit het verleden hebben we geleerd dat niet eenvoudig is, vooral wanneer door het ontbreken van duidelijke richtlijnen niet altijd objectieve keuzes worden gemaakt. Een grote mate van objectiviteit zal daarom een solide basis vormen voor een duidelijk selectiebeleid.
Toch blijkt dit niet altijd mogelijk te zijn. Factoren als talent, motivatie, techniek, fysieke gesteldheid, mentaliteit en omgeving zijn niet altijd eenduidig te beoordelen. Een voorbeeld hiervan is de fysieke gesteldheid van schaatsers op jonge leeftijd. De prestatie hangt vaak samen met de groeifase en deze is niet voor iedereen gelijk. Op latere leeftijd spelen talent en motivatie een grotere rol. Het is dus van belang om talent op jeugdige leeftijd te onderkennen. KNSB Drenthe maakt hierbij gebruik van het Talent Herkenning en Ontwikkeling Model (THOM)
Bij het samenstellen van de selectie zullen met name vanaf de categorie junior A1 de primaire criteria leidend zijn. In de categorieën junioren C en B spelen ook de secundaire criteria en het door de trainers ingeschatte potentiële talent een belangrijke rol.
Rijders die niet in aanmerking komen voor de selectie maar qua prestatie, motivatie en progressie in potentie kunnen doorgroeien naar de selectienormen voor de gewestelijke selectie zullen worden opgenomen in de ijsfaciliteitengroep.
Marathon
Door het promotie-degradatie systeem vindt de selectie op natuurlijke wijze plaats. De aandacht wordt daarom vooral gericht op de herkenning en ontwikkeling van talenten vanuit de C1 en C2 competitie
Doelstellingen
Als uitgangspunten in het selectiebeleid van het gewest Drenthe zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:
Drentse selectie:
- Leden van de Drentse selectie moeten in staat zijn deelname aan een NK te bewerkstelligen
- In incidentele gevallen moet doorstroming naar landelijke- en/of commerciële teams tot de mogelijkheden behoren
IJsfaciliteitengroep:
- Doorstroming naar de Drentse selectie behoort in potentie tot de mogelijkheden van rijders in de ijsfaciliteitegroep
- Binnen de ijsfaciliteitengroep kunnen talentvolle junioren C1 zich voorbereiden op de overstap naar de Drentse selectie.
Marathon Selectie:
- Leden van de marathonselectie moeten deelnemen aan landelijke marathoncompetities (topdivisie, 1ste divisie, dames)
Marathon baanploeg:
- Doorstroming naar de marathon selectie behoort tot de mogelijkheden van rijders in de baanploeg.
- In de baanploeg kunnen talentvolle rijders uit de C categorie zich voorbereiden op de overstap naar de marathon selectie
Algemeen:
- De Drentse selecties (langebaan en marathon) worden in april vastgesteld en in principe niet meer uitgebreid voor of tijdens het daarop volgende winterseizoen
- De ijsfaciliteitengroep wordt in april vastgesteld. Rijders die hiervan geen deel uitmaken en tijdens de eerste 3 klassenwedstrijden voldoen aan de criteria kunnen alsnog worden toegevoegd.
- De Marathon baanploeg wordt in april vastgesteld. Tot en met december kunnen hier op basis van aantoonbare vooruitgang nog rijders worden toegevoegd.
- De Drentse selecties en de marathon baanploeg worden begeleid door gewestelijke trainers die door het Algemeen Bestuur van het gewest Drenthe zijn aangesteld
- De hardrijverenigingen stellen in onderling overleg trainers voor t.b.v. de ijsfaciliteitengroep. Per 8-10 rijd(st)ers wordt 1 trainer toegelaten en de trainers moeten minimaal ST-3 gekwalificeerd zijn. Het AB is verantwoordelijk voor de definitieve aanwijzing van deze trainers.
- Jaarlijks bepaald het AB welke bijdrage de verenigingen per rijder moeten leveren aan de kosten van de ijsfaciliteiten.
- Het is de verantwoordelijkheid van de GTC om in bijzondere gevallen, in samenspraak met de gewestelijke trainers, af te wijken van de aangegeven richtlijnen en eventueel schaatsers toe te voegen dan wel af te wijzen.
Allround / sprint
Primaire criteria:
Om voor uitnodiging voor de Drentse Schaatsselectie in aanmerking te komen, moet een rijder/rijdster aan minimaal 2 van onderstaande criteria voldoen, en een duidelijke vooruitgang laten zien ten opzicht van het voorgaande seizoen.
- Rijder/rijdster moet voldoen aan een bij zijn/haar categorie behorend puntentotaal.(peildatum is de derde maandag in maart)
In onderstaande zijn de puntentotalen per categorie weergegeven die gebruikt worden bij het selecteren van rijders/rijdsters voor de Drentse selectie. De puntentotalen zijn gebaseerd op de categorie van de rijder/rijdster gedurende het afgelopen seizoen.
Het puntentotaal wordt samengesteld door per meetellende afstand de snelste (Europese) tijden uit Sara van het afgelopen seizoen te nemen.
|
Categorie |
Allround Afstanden |
Puntentotaal |
Sprint Afstanden |
Puntentotaal |
|
|
|
|
|
|
|
DC |
500-1500 |
91.500 |
|
|
|
DB1 |
500-1500-3000 |
138.500 |
500-1000 |
86.500 |
|
DB2 |
500-1500-3000 |
136.500 |
500-1000 |
85.500 |
|
DA1 |
500-1500-3000 |
135.500 |
500-1000 |
84.500 |
|
DA2 |
500-1500-3000 |
134.500 |
500-1000 |
84.000 |
|
DN1 |
500-1500-3000 |
132.500 |
500-1000 |
83.500 |
|
DN2 |
500-1500-3000 |
130.500 |
500-1000 |
83.000 |
|
|
|
|
|
|
|
HC |
500-1500 |
85.500 |
|
|
|
HB1 |
500-1500-3000 |
124.500 |
500-1000 |
78.500 |
|
HB2 |
500-1500-3000 |
123.000 |
500-1000 |
77.500 |
|
HA1 |
500-1500-3000 |
120.500 |
500-1000 |
76.500 |
|
HA2 |
500-1500-3000 |
119.000 |
500-1000 |
76.000 |
|
HN1 |
500-1500-3000 |
118.000 |
500-1000 |
75.500 |
|
HN2 |
500-1500-3000 |
117.000 |
500-1000 |
75.000 |
- Rijder/rijdster moet hebben deelgenomen aan het NK-allround.
- De rijder/rijdster moet op de Sara-lijst (Europese tijden, peildatum is de derde maandag in maart) op een plaats staan die recht zou geven op deelname aan het NK. De aantallen voor deelname aan het NK zijn voor dit seizoen:
|
DC |
28 |
HC |
30 |
|
DB |
28 |
HB |
28 |
|
DA |
20 |
HA |
28 |
Secundaire criteria
De gewestelijke trainers kunnen, op basis van steekhoudende argumenten, een advies uitbrengen aan de GTC om rijders die niet voldoen aan de primaire criteria op te nemen in de selectie. Bijvoorbeeld:
- Selectieleden die de normen door omstandigheden niet gehaald hebben en het vóórgaande seizoen nog wél aan de normen voldeed. Voorbeelden van omstandigheden zijn:
- Langdurige ziekte (bijvoorbeeld ziekte van Pfeiffer)
- Blessure
- Stagnatie in de vooruitgang door lichamelijke ontwikkeling
- Rijders/rijdsters uit de ijsfaciliteitengroep die een opvallende vooruitgang laten zien of op schaatstechnisch gebied uitzonderlijk goede vaardigheden tonen.
Eveneens kunnen de gewestelijke trainers, op basis van gegronde redenen, adviseren om rijd(st)ers die wel aan de primaire criteria voldoen niet op te nemen in de selectie. Voorbeelden hiervan zijn:
- Een rijd(st)er die onvoldoende coachbaar blijkt te zijn
- Een sporter die niet onvoorwaardelijk voor het schaatsen kiest
- Een sporter die onvoldoende leeft voor zijn sport.
- Een sporter waarvan blijkt dat een sterke invloed van ouders en/of andere trainers afbreuk doet aan het training- en wedstrijdprogramma dat door de gewestelijke trainers is opgesteld
Afstand specialisatie:
Eveneens komt een rijder/rijdster in aanmerking bij deelname aan het NK afstanden. De rijder/rijdster moet dan aan de onderstaande normen voldaan hebben en een duidelijke vooruitgang laten zien ten opzicht van het voorgaande seizoen.
Categorie junioren B1:
- Rijder/rijdster moet op minimaal 2 afstanden van de 500-1000-1500m of alleen de 3000m van het NK afstanden deelnemen;
- Rijder/rijdster moet op Sara-ranglijst (Europese tijden, peildatum is de derde maandag in maart) op een plaats staan die recht zou geven op deelname aan het NK.
Categorie junioren B2, jun A en neo-sen:
- Rijder/rijdster moet op minimaal 2 afstanden van het NK afstanden deelnemen of deelnemen aan de langste afstand die voor zijn/haar categorie geldt;
- Op minimaal 1 afstand dient de rijder/rijdster bij de eerste 50% van de deelnemers te eindigen;
- Rijder/rijdster moet op de Sara-ranglijst (Europese tijden, peildatum is de derde maandag in maart) op een plaats staan die recht zou geven op deelname NK
Indien een rijder/rijdster niet voldoet aan de bovenstaande normen maar op het NK afstanden op 1 afstand bij de eerste acht eindigt, kan overwogen worden de rijder/rijdster uit te nodigen voor de selectie.
** In principe worden rijders die uitgenodigd zijn voor de selectie en daarvoor bedanken, niet toegevoegd aan de ijsfaciliteiten groep **
Marathon
Criteria selectie:
Voor de marathon selectie komen rijd(st)ers in aanmerking die deelnemen aan de landelijke competities in de categorieën top-divisie, 1ste divisie en dames.
Criteria Baanploeg:
Om voor uitnodiging voor de marathon baanploeg in aanmerking te komen moet:
- De rijd(st)ers deelnemen aan de regionale competities in de klassen C1 en D.
- De rijd(st)er duidelijke progressie laten zien
- De rijd(st)er ambitie hebben om door te groeien naar landelijk niveau
Rijd(st)ers uit de categorieën C1 en C2 komen voor een uitnodiging in aanmerking indien:
- De rijd(st)er in zijn/haar categorie voortdurend in de top 5 eindigen
- De rijd(st)er duidelijke progressie laten zien
- De rijd(st)er verplicht aan de regionale competitie mee gaat doen
De gewestelijke trainers marathon brengen advies uit aan de GTC over het selecteren van rijders voor de marathon baanploeg







